VVCCHeader.jpg

Beknopte geschiedenis van de familie Wilford in Temse

   Op 24 april 2014 werd de zone ”Belgium at Autoworld” geopend. Opvallend was het dat de naam Wilford niet voor kwam in het persbericht noch in de AUTOWORLD NEWSLETTER. In de nieuwe website van de RVCCB komt helaas Wilford ook niet voor. Nochtans bouwde Paul Wilford in 1897 de eerste Belgische auto's.

WilliamJames-klein.jpg
William James Wilford

   Op de leeftijd van 23 jaar kwam William James Wilford als vlaskoopman in Temse aan in 1826. Als vlaskoopman kocht hij vlas om te verkopen aan spinnerijen in Engeland en Belfast. Toen hij merkte dat er in België nog geen zeildoekweverij bestond liet hij zich op 1 november 1828 inschrijven in het bevolkingsregister van Temse. Hij startte met een stapelhuis voor vlas. Rond 1835 richte hij de eerste handmatige zeildoekweverij van België op in Temse. Hij stond toen al vermeld als wever met een twintigtal weefgetouwen.
   In 1836 werd een eerste poging ondernomen met een stoombootlijn tussen Gent en Antwerpen, echter zonder veel succes. In 1939 werd door de Antwerpse Provincieraad een toelage van 1.500 Bfr. toegekend voor een stoombootlijn tussen Antwerpen en Temse. Twee boten, die voordien dienden als overzetboten tussen het Steen in Antwerpen en het Vlaams Hoofd op de linker oever, werden ingezet. Deze twee slome boten deden er 4 uur over van Antwerpen naar Temse. Ze kregen al snel de naam ”de kruipers”. Het was ook geen succes en de dienst werd in 1857 afgeschaft.
   In 1839 werd het bedrijf getroffen door een overstroming. Wat in het magazijn lag was allemaal verloren gegaan. In 1846 werd de eerste stoomzeildoekweverij opgestart en Wilford werd synoniem voor het perfecte zeildoek. In 1847 werd een spinnerij voor vlas- en spingarens opgericht, gebruikmakend van een stoommachine. Een omvangrijk order voor de Koninklijke Belgische Marine werd in 1856 in de wacht gesleept. Als gevolg werd de bekendheid van het produkt groter en de produktie van het zeildoek breidde zich uit. In 1857 werd opnieuw een stoombootmaatschappij opgericht: Vaartmaatschappij E.Muys-De Landtsheer & Cie (met William Wilford). De eerste stoomboot ”Het Zwaantje” had al dienst gedaan en werd in Nederland gekocht. In Temse werd de boot snel omgedoopt tot William Wilford. De aankoop was een succes voor de belangrijke scheepsroute voor de inwoners en industriëlen van Temse en Antwerpen en de gemeenten aan de Schelde tussen Temse en Antwerpen. Het toerisme nam toe en op de Grote Kaai kwamen horecazaken zoals Temsica, Scaldis, Bellevue en de Watermolen.

JohnJames-klein.jpg
John James Wilford

   Na de dood van William James Wilford in 1866 nam zijn zoon John James Wilford het roer over. Hij was een polyglot die naast Nederlands en Frans ook vloeiend Engels, Duits, Spaans, Italiaans en Noors sprak. Hij kon de zaak stelselmatig uitbreiden ondanks de zware gevolgen van de Frans-Duitse oorlog. Er was wel een behoorlijk aanbod van vlas, maar in 1856 was er al 126 ton vlasgaren geïmporteerd. John zag zich verplicht om toelating aan te vragen tot het importeren van Russisch vlasgaren.
   Eind 1870 werd de eerste spoorwegbrug over de Schelde in Temse ingewijd. Via het station in Temse moesten nogal wat goederen snel naar Antwerpen verscheept worden en ook in de omgekeerde richting. Aangezien het toerisme beter op gang kwam werd de stoombootmaatschappij in 1872 heringericht en werd de Naamloze Vaartmaatschappij Schelde en Rupel. Op 9 juni 1872 brak de William Wilford boot bij de steiger in St Amands middendoor. John Wilford kocht meteen een andere stoomboot in Rotterdam die daar dienst deed onder de naam Maas Nympfe I. De boot werd meteen ”Wilford I” genoemd en meteen in dienst genomen. Tegelijkertijd werd bij Cockerill Yards in Hoboken de opdracht gegeven een splinternieuwe stoomboot te bouwen. De nieuwe boot kreeg de naam ”Wilford II” en vanaf 11 juni 1874 vaarden de twee boten tussen Temse en Antwerpen. In 1880 kwam de Wilford II in aanvaring met de Colette en zonk. Alle passagiers werden in veiligheid gebracht. In 1882 werd de maatschappij weer gereorganiseerd en werd de Naamloze Stoomvaartmaatschappij Schelde en Rupel.
   In 1883 won John tijdens de wereldtentoonstelling in Amsterdam de gouden medaille voor de fabricage van kwaliteitszeildoek. Op de wereldtentoonstelling van 1885 in Antwerpen behaalde de zeildoekweverij weer 2 gouden medailles: voor de fabricage van kempzeildoek en katoenzeildoek. In 1885 kocht hij een derde stoomboot die dienst deed als vrachtboot maar deze deed niet aan de verwachtingen. De Temsenaren bedachten al snel voor de Wilford III de bijnaam de Congo.
   Dit was kort voor de opening van de eerste wereldtentoonstelling op 2 mei 1885 in Antwerpen. De oppervlakte van de expo was 20.000 m² en na de sluitng op 1 november waren meer dan 1,5 miljoen bezoekers geteld. De koninklijke familie en hun getrouwde kinderen werden in dat jaar verwelkomt in Temse. Nadien vertrok het gehele gevolg met de Wilfordboot naar Antwerpen, richting wereldtentoonstelling. John Wilford schakelde in 1893 over op de productie van waterdicht zeildoek. Dit kwalitatief hoogstaand product werd ook uitgevoerd naar de Verenigde Staten, India, Japan en Rusland. In 1894 was de tweede wereldtentoonstelling in Antwerpen op het Zuid. Weer kwamen heel veel toeristen kwamen per boot naar Antwerpen.

ErnestFietsen1.jpg
Jonge Ernest Wilford
ErnestFietsen2.jpg
De eerste fiets in Temse was van Ernest Wilford
Wilford5-klein.jpg

   Op 58 jarige leeftijd stierf John Wilford in 1894. Hij werd opgevolgd door Ernest Wilford die het bedrijf liet ombouwen tot een een voor de 20ste eeuw zeer moderne stoomweverij. Ernest Wilford was sportief, hij had de eerste fiets in Temse en nam deel aan wielerkoersen. Charles Wilford, de jongere broer van John Wilford, had een houtstoomzagerij en hij had ook de ”Ateliers de constructions mécaniques Ch. Wilford et fils, de Tamise”. Het was in 1897 dat zijn zoon Paul Wilford de eerste Belgische auto bouwde. Het constructieatelier was dan ook het eerste Belgische automobielbedrijf dat alle onderdelen zelf in het constructieatelier vervaardigde. Het bedrijf werd gerund door de 3 zonen van Charles Wilford, Paul, Maurice en Gustave. Paul was één van de eersten die mee aan wedstrijden reed. In 1909 kocht hij een tweedekkervliegtuig. De drie zonen hielpen ook bij de organisatie van de vliegweek in Temse 1912.
   In 1898 werd de zeildoekweverij William Wilford tijdens de wereldtentoonstelling in Bergen, Noorwegen, bekroond met de gouden medaille. Het was de 24ste onderscheiding voor deze onderneming. In 1899 werden de Etablissementen William Wilford NV opgericht door Ernest Wilford, die een onverschrokken ondernemingsgeest had. Hij zag ook het belang in van een stoomspoorlijn om nog meer toeristen aan te trekken. Door zijn zakelijk inzicht kwam op 12 februari 1899 de Wilford IV in Temse aan. Het belang van het toerisme van Antwerpennaar Temse en omgekeerd was heel groot. Hij liet dan ook 2 nieuwe salonboten bouwen, de Wilford V en de Wilford VI. Toen de boten klaar waren werden in 1903 de eerste drie Wilford-stoomboten uit de vaart gehaald.
   In 1907 waren er in Temse ter gelegenheid van 50 jaar Wilfordboten grootse feesten met medewerking van fanfares, harmonieën en zangkoren van zondag 26 mei tot en met zondag 9 juni. Niet alleen de inwoners van Temse maar ook de inwoners van de gemeenten die gebruik maakten van de Wilfordboten waren in grote getale aanwezig. In 1909 werden in Engeland 2 tweedehands raderstoomboten aangekocht. Het werden de Wilford I en Wilford II. Toen Wereldoorlog I begon stelde Ernest Wilford de Wilford I, II en VI ter beschikking van het Belgische leger. Na de val van Antwerpen was Ernest er in geslaagd de 3 boten via Vlissingen naar Engeland over te brengen waar zij door het Engels leger gebruikt werden.
   Na de wapenstilstand van 11 november 1918 werd de vrachtboot, die tijdens de oorlog in België gebleven was, opnieuw in gebruik genomen. Er werden opnieuw 3 nieuwe boten van het type Lichtgewicht stoomboten met geringe diepgang in Parijs gekocht om het toerisme weer op gang te brengen. Deze boten werden aangedreven met schoepen. De nieuwe boten kregen de namen Wilford I, II en III. De maatschappij veranderde de naam in ’Steamers Wilford’.
   In 1922 werd met succes een vierde stoomboot, de Wilford IV ingezet op de lijn Temse - Antwerpen - Temse. Wegens de concurrentie van de inmiddels functionerende stoomtram en de internationale privéspoorlijn Mechelen-Terneuzen, werd de winterdienst in 1924 stopgezet. Vanaf 1929 kwamen de gevolgen van de economische crisis er bij en de concurrentie van de auto, de electrische tram en de autobuslijn Hamme-Antwerpen. Op 7 augustus 1932 vierde men de Waterfeesten ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Wilfordboten.
   Op 23 december 1937 besliste de beheerraad van de ’Steamers Wilford’ om te stoppen met de vaardienst. Op 29 januari 1938 kwam er, na meer dan 80 jaar dienst, een einde aan het verhaal van de Wilfordboten. Op 1 maart 1938 verlieten de resterende 3 boten, die verkocht waren aan een Duitse firma, Temse en op 14 juni 1938 werd de ’Naamloze Maatschappij Steamers Wilford’ ontbonden. In 1949 werd het 50-jarig jubelfeest van de Etablissementen William Wilford NV, de werkhuizen voor het impregneren van zeildoek, gevierd. Ernest Wilford, die geen mannelijke nazaten had, stierf in 1962 op 94-jarige leeftijd.
   In 1976 kwam een einde aan de zeildoekweverij Tissage Mécanique William Wilford in Temse. Op 1 april werd de weverij verkocht aan de firma Wittock-Van Landeghem N.V. Vanaf 1 augustus 1977 stonden de gebouwen leeg, de fabrieksgebouwen in de Philemon Haumanstraat werden verkocht aan het gemeentebestuur. De gebouwen werden gesloopt in 1989 en er werden sociale woningen gebouwd op het vrijgekomen terrein.

Voor meer informatie: het boek "De geschiedenis van de familie Wilford te Temse" is mischien nog te koop via Walter Jansegers